“Ik kan het nauwelijks verdragen…” – Mercedes breekt tijdens emotionele bekentenis
Iedere keer leren we meer van de bewoners van De Bondgenoten, zo ook over Mercedes. Tijdens de 24 uur lange opdracht komt ze Salar ondersteunen, maar daar gaat ze heel ver. Vooral voor zichzelf zo blijkt.
Tere voetjes
Want Mercedes heeft een fobie… voor voeten! Toch zijn het de tere voetjes van Salar die aandacht nodig hebben. Er is een opdracht gaande in de loods van 24 uur.

Ieder bondje heeft een stappenteller gekregen en er moeten dus zo veel mogelijk stappen worden gezet. Het zorgt voor flink wat paniek, want Chess en Fianca breken volledig.
Crazy!
Maar bij de Vossen gaat het goed en zelfs zo goed dat Mercedes dus de voeten van Salar gaat masseren. “Dat ik echt hieraan zit… dit is bizar.
Crazy!” Hoezo vraagt Salar. “Ik heb een voetenfobie. Ik haat voeten, ze zijn vies. Jouw vies is ook vies en nat.” Dat Mercedes het toch doet, dat is echte liefde?
De plotselinge verliefdheid van Fianca voor Roland, terwijl ze een vriend heeft, maakt veel los.
Ook bij Défano Holwijn, inmiddels één van de online gezichten van De Bondgenoten. Shownieuws zocht hem op om te horen wat hij van de situatie vindt.

Die kat is niet veilig
“Wat er in Fianca haar hoofd omgaat? Blijkbaar niet zoveel, want ze heeft gewoon een vriend thuis zitten die ook nog eens op de kat past.
Dus ik denk dat die kat niet veilig is.” Maar hoe gaat dit voort? “Ik denk niet dat dit echte liefde is wat ze voelt. In zo’n loods zit je in een bubbel en er zit gewoon iets in het water daar.”
Chess-syndroom
“We merken het bij iedereen die een vriend thuis heeft, allemaal gaan ze een andere spanning zoeken. Het ‘Chess-syndroom’ noem ik het ook wel.” Is het dan gespeeld? “Nee, ik denk niet dat mensen dit voor de aandacht doen. Maar als je 24/7 met mensen zit, dan kan je iets zien.
Gevoelens krijgen is één, maar die hoeven niet altijd beantwoord te worden. Het lijkt wel alsof ze in de loods alles willen beantwoorden. Ik zie weinig toekomst voor stelletjes die in deze situatie ontstaan, ik denk niet dat er veel overblijven.”








